De meerwaardebelasting geldt ook voor bepaalde verzekeringsproducten
Sinds 1 januari 2026 is er, zoals eerder gecommuniceerd, een belasting op meerwaarden op financiële vaste activa in uw privévermogen. Denk hierbij aan aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, trackers (ETF’s) en andere financiële instrumenten. De gerealiseerde meerwaarde wordt in principe belast aan een tarief van 10%.
-
Vastgoed in uw vennootschap: verkopen of verhuren als u stopt, en hoeveel houdt u privé netto over?
U bent van plan om over enkele jaren te stoppen met werken, in uw vennootschap zit nog een gebouw. U twijfelt tussen het gebouw verkopen en dan de vennootschap opdoeken, en het gebouw verhuren en de vennootschap houden. Wat zijn de verschillen en hoeveel houdt u privé netto over?
-
Uw verplaatsingskosten doorrekenen aan uw klant: hoe zit het met de btw?
Door de stijgende brandstofprijzen wil u uw verplaatsingskosten afzonderlijk doorrekenen aan uw klanten. Maar welk btw-tarief moet u daarop toepassen en zijn er speciale regels?
-
In welk boekjaar mag u uw kosten aftrekken in de vennootschapsbelasting?
Beroepskosten zijn aftrekbaar in de vennootschapsbelasting voor zover ze tijdens het belastbare tijdperk zijn gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden (art. 49 WIB 92).
De meerwaardebelasting kan ook van toepassing zijn op bepaalde verzekeringsproducten. Zo vallen zowel een Tak 21 (spaarverzekering) als een Tak 23 (beleggingsverzekering) onder het toepassingsgebied van de nieuwe belasting. Ook de Tak 44 (eigenlijk de combinatie van een Tak 21 en Tak 23) en de Tak 26 (levensverzekering in de vorm van een kapitalisatiecontract met gegarandeerde rente) vallen hier in principe onder. Wanneer u op deze producten een meerwaarde realiseert, kan daarop dus eveneens een belasting van 10% verschuldigd zijn. Er geldt wel jaarlijks een vrijstelling van € 10.000 aan gerealiseerde meerwaarden per belastingplichtige.
Niet alle verzekeringsproducten worden echter getroffen door deze nieuwe regeling. De meerwaardebelasting is namelijk niet van toepassing op producten uit de tweede en derde pensioenpijler. Concreet betekent dit dat onder meer uw Individuele Pensioentoezegging (IPT), Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), pensioenspaarverzekering, pensioenspaarfonds en langetermijnsparen buiten het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting vallen.
Deze website gebruikt zowel eigen cookies als cookies van derden om onze diensten en navigatie op onze website te analyseren om de inhoud te verbeteren (analytische doeleinden: bezoeken en bronnen van webverkeer meten). De wettelijke basis is de toestemming van de gebruiker, behalve in het geval van basiscookies, die essentieel zijn om door deze website te navigeren.